maandag 25 mei 2020

Steen I-VI


43-48 STEEN








I
verweer

bemoste knoesten
maar bloeiend
binnenkort
want geen
nee
geen steen

---
II
tweelinggedicht

met watervaste stift
beschreef ik deze steen
getrommeld
kwam hij oceanenver
naar waar mijn hand hem vond

cantabrië
dat groene land
ik breng hem niet terug
nee nee galicië

genomen is genomen
hij vond een graf
een ander kruis
de steen

---
III
dialogen

uit hoekige gedachten
vorm ik praatjes zonder hapering

als bikken wij de woorden
tot de afgemeten klanken
die gaan passen met de mortel
van
de tijd
en
hoe het gaat
tot
zo is dat

---
IV
verzon

heel in de verte loop je van me weg
zie ik je opgestoken hand
het is het zeil
van achterbergs
voorbij

een stipje ben je, wacht
nog even
nog
voordat je samenvalt
met zee
met kale horizon


---
V
plooibaar

versteen toch niet
maar buig
krimp
ineen
dij
wuivend uit
dat oevers geen oevers blijken
dat driesprong dansend
de berg het ravijn verzwelgt
want mijn linkeroog
vertelt dat het licht paars is
dat zou zomaar kunnen
als je niet versteent


--- 
VI
voorgoed

maar hier ben
ik
nu
loom drijvend
op mijn rug
bij iedere ademhaling
gaan mijn handen open
mijn knieën
verbaasd
naar buiten
ik vervloei

zie
witte rozen op de zürichsee
en lantarentjes
overal lantarentjes

stroom weg steen
stroom weg

word water


--- 



© anne cazemier 8 april 2009 -  6 juli 2015
plonialoeve[dot]com

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

vandaag de dag in uitgezoomde staat bezie je daar wellicht wat hier of niet jouw weten is het mijne ver voorbij ik vraag en ...